Enquête over online leren en leren op afstand – Resultaten

Afbeelding: LUM3N / Unsplash.com

Uit de enquête blijkt dat de scholen van bijna alle geënquêteerden sinds het begin van de COVID-19-crisis overgeschakeld zijn op een vorm van afstandsonderwijs en dat bijna 60% vindt dat de schoolpraktijken niet meer hetzelfde zullen zijn als ze weer open gaan, met meer online/afstandsonderwijs en -leren dan ooit tevoren. Voor twee derde van de geënquêteerden leidde de sluiting van scholen tot hun eerste ervaring met online lesgeven, die zowel positief als uitdagend was.

Omdat de COVID-19-pandemie geleid heeft tot massale sluiting van scholen in heel Europa, hebben veel landen maatregelen genomen om de verstoring van het onderwijs te beperken. Dit heeft genoodzaakt tot een beweging richting online leren en leren op afstand, niet alleen op middelbare scholen, maar ook op basisscholen.

Hoewel leren op afstand duidelijke voordelen voor zowel leerkrachten als leerlingen biedt, zoals continuïteit, flexibiliteit en wederzijdse ondersteuning, worstelen veel leerkrachten nu met de aanpassing aan online onderwijs vanwege de uit noodzaak geboren korte termijn. Bovendien is het voor leerkrachten moeilijk om te zorgen dat alle leerlingen, met name de minder bevoorrechte en jonge leerlingen, aangehaakt blijven en aan online lessen deelnemen.

Deze enquête naar de meningen over online en afstandsonderwijs in heel Europa was van 9 april tot 10 mei open op School Education Gateway. Er deed een recordaantal geënquêteerden aan mee – 4859 – van wie 86% leerkracht of schoolhoofd was.

Het is een aanvulling op de nationale enquêtes die gehouden werden en waarvan we ook een kort overzicht opnemen.

Hartelijk dank voor uw belangstelling en stuur vooral uw suggesties voor toekomstige enquêtes in.


Resultaten (N=4859)

1. Als u denkt aan uw school of een school die u kent, welke uitspraak beschrijft dan het best de ervaring van leerkrachten met online onderwijs?

Voor 67% van de geënquêteerden was dit hun eerste ervaring met online lesgeven. 25% had enige ervaring en slechts 6% had uitgebreide ervaring met online lesgeven. Voor 3% van de geënquêteerden is hun school niet overgeschakeld op online/afstandsonderwijs.

2. Wat heeft u als leerkracht, of namens een leerkracht die u kent, aangenaam verrast over online onderwijs/onderwijs op afstand?

De meest aangename verrassing, genoemd door 38% van de geënquêteerden, was innovatie (dat wil zeggen vrijheid om met de lespraktijk te experimenteren). Dit wordt gevolgd door flexibiliteit (33%), een breed scala aan digitale hulpmiddelen (31%), toegankelijkheid van platforms, materialen en hulpmiddelen (27%) en grotere autonomie en motivatie onder leerlingen (23%).

Een kleinere 14% koos betrokkenheid en plezier van leerlingen, terwijl slechts 11% van de geënquêteerden aangenaam verrast was door een verbeterde relatie met leerlingen en 10% door het gemak van online leren/leren op afstand.

3. Wat zijn volgens u de voornaamste uitdagingen geweest voor leerkrachten bij het overschakelen op online onderwijs/onderwijs op afstand? Kies maximaal vijf opties

De geënquêteerden werd gevraagd vijf uitdagingen te kiezen uit een lijst van 17. Minder dan 1% meldde geen uitdagingen.

De vaakst genoemde uitdaging was toegang tot technologie (computers, software, stabiele internetverbinding enz.), hetzij voor leerlingen (genoemd door 49% van de geënquêteerden) hetzij voor leerkrachten (34%). Verhoogde werkdruk en stress door thuiswerken werd door 43% gemeld (waarvan 18% tijdmanagement en organisatie een uitdaging vond).

De grootste uitdaging wat betreft het ondersteunen van leerlingen was het gemotiveerd en betrokken houden (43% van de geënquêteerden koos dit), het betrekken van leerlingen met maatschappelijk minder bevoorrechte achtergrond (36%), het betrekken van afgehaakte leerlingen (19%) en het ondersteunen van leerlingen met bijzondere behoeften of beperkingen (18%).

Digitale competentie werd gemeld als een uitdaging voor zowel leerlingen (24%) als voor leerkrachten (24%). De vaakst gemelde uitdaging wat betreft leerinhoud en -beoordeling was het omzetten van activiteiten en inhoud in online leren/leren op afstand (28%), kort gevolgd door het voorbereiden van inhoud voor online leren en leren op afstand (27%) en het beoordelen van de voortgang van leerlingen (25%).

Communicatiekwesties met leerlingen werden door 19% van de geënquêteerden gemeld en communicatiekwesties met ouders of verzorgers door 13%. Slechts 7% vond dat het geven van weinig richting of ondersteuning vanuit de school een uitdaging was.

4. Wat zou leerkrachten het meest helpen om online leren tijdens de sluiting van de school te ondersteunen?

Van de acht mogelijkheden werd gratis hulpmiddelen van onderwijstechnologiebedrijven als vaakste gekozen (door 45% van de geënquêteerden). Andere nuttige typen les- en leerinhoud waren websites met lijsten van nuttige hulpmiddelen (29%) en educatieve tv-programma’s van nationale mediaorganisaties (10%).

De op een na vaakst genoemde ondersteuning was duidelijke richtlijnen vanuit het ministerie van onderwijs (41%).

Diverse typen professionele ontwikkeling werden vaak gemeld, met nam snelle cursussen over afstandsonderwijs (37%), webinars en TeachMeets voor leerkrachten om ideeën en uitdagingen uit te wisselen (22%), videoclips/lesplannen van goede praktijken (31%) en gemakkelijk contact met experts, zoals een leerkracht met meer ervaring in online lesgeven of een ICT-expert (24%).

5. Zal online onderwijs/onderwijs op afstand, als gevolg van de omstandigheden door COVID-19, volgens u deel blijven uitmaken van de schoolpraktijk als de scholen weer helemaal open zijn?

De school zal iets anders zijn, met meer online leren dan daarvoor, volgens 44% van de geënquêteerden. Nog eens 17% vond dat de school nogal anders zal zijn: online onderwijs zal een integraal onderdeel van schoolpraktijken worden. Aan de andere kant vond 39% dat er zeer weinig zal veranderen, was 32% het ermee eens dat de school met kleine veranderingen zal terugkeren naar haar oorspronkelijke praktijk, en verwacht 7% dat de school naar haar oorspronkelijke praktijk zal terugkeren.

Conclusies van de Europese enquête

Wat de geënquêteerden het meest verraste was innovatie, vrij zijn om te experimenteren met lesgeven, flexibiliteit en het brede scala aan digitale hulpmiddelen. Er werd minder positieve verrassing gemeld wat betreft sterkere betrokkenheid van leerlingen of verbeterde relaties, hoewel ze werden opgemerkt.

Bijna alle geënquêteerden meldden uitdagingen. De vaakst genoemde waren toegang tot technologie, voor zowel leerlingen als leerkrachten, en verhoogde werkdruk en stress door thuiswerken. Er werden meerdere uitdagingen wat betreft het ondersteunen van leerlingen vastgesteld, samen met hun digitale competentie – en die van leerkrachten.

Geënquêteerden vinden dat ondersteuning in termen van meer leermiddelen hen zou helpen bij het aangaan van de uitdagingen, evenals duidelijke richtlijnen van het ministerie van onderwijs, samen met professionele ontwikkeling, zoals korte cursussen over online lesgeven en mogelijkheden voor leerkrachten om hulpmiddelen, ideeën en uitdagingen uit te wisselen.

Deze bevindingen geven vroege aanwijzingen voor beleidsmakers en schoolleiders dat de ervaring van online/afstandsonderwijs en -leren, hoewel het uitdagend is, aanhoudende positieve effecten kan hebben, en kan leiden tot interessante nieuwe mogelijkheden voor innovatie en nieuwe manieren van werken, vooral als die ondersteund worden door passende en tijdige professionele ontwikkeling.

De resultaten dienen met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden, aangezien de steekproef van geënquêteerden gebaseerd is op vrijwillige online deelname en relatief klein is in vergelijking met het aantal leerkrachten en andere belanghebbenden in Europa. Hoewel meer dan 40 landen in deze enquête vertegenwoordigd waren, meldden de meeste geënquêteerden dat ze uit Frankrijk (36% van het totaal), Bulgarije (19%) en Portugal (14%) kwamen.

Resultaten van recente nationale enquêtes

Volgens een studie in Oostenrijk onder 3.500 leerkrachten in alle schooltypen vindt 60% van de leerkrachten dat leren op afstand een grote impact heeft gehad, en de geënquêteerden geloven dat dit ook het geval is voor 64% van de leerlingen. Driekwart van de leerkrachten meldt dat thuisonderwijs hen bewuster maakte van de privésituatie van hun leerlingen. 86% geeft aan dat ze rekening houden met individuele situaties. Leerkrachten in het speciaal onderwijs individualiseerden naar eigen zeggen het meest, maar ze konden minder persoonlijk contact met hun leerlingen houden dan leerkrachten in reguliere of integratieklassen.

De Tsjechische schoolinspectie hield een uitgebreide enquête over leren op afstand via telefoongesprekken met de directeurs van bijna 5.000 basis- en middelbare scholen (1-14 april 2020). De meeste leerlingen waren op enige manier betrokken, hoewel 15-20% aanvankelijk te kampen had met een gebrek aan ICT-apparatuur / onvoldoende internetverbinding, lage motivatie of gebrek aan ondersteuning door ouders. Intensief gebruik van digitale technologie in het afstandsonderwijs, belangstelling voor het gebruik ervan en verwachtingen omtrent verder gebruik in de toekomst zijn duidelijk positieve bevindingen. Twee derde van de scholen verwacht dat de meeste leerkrachten na de terugkeer naar school meer digitale technologie in hun lessen zullen opnemen.

Interviews door het Duitse instituut Allensbach onderstreepten het belang voor leerkrachten van persoonlijk contact met leerlingen. Slechts een derde was echter in staat dergelijk contact te maken en te houden. De helft van de leerkrachten meldt dat ze de meeste van hun leerlingen bereikten, 9% slechts enkele leerlingen en 3% geen van hun leerlingen. Leerkrachten melden zowel meer stress (34%) als minder stress (36%) vergeleken met regulier onderwijs. Extra stress wordt veroorzaakt door veranderingen in de organisatie van opdrachten, het geven van feedback aan leerlingen en het beoordelen van huiswerk. Technische kwesties verontrustten bijna de helft (40%) van de leerkrachten die extra druk ondervonden. Met name contact houden met ouders is een ingewikkelde kwestie voor basisschoolleerkrachten.

Er zijn ook onderzoeksrapporten gepubliceerd in Letland en Ierland (allebei in het Engels).

Bijlage