Zal ik gelukkig zijn? De verwachtingen van leerlingen begeleiden gedurende de overgang naar een nieuwe school

Stuart Monk / Shutterstock.com

Dr. Karen D. Könings bespreekt het belang van het coachen en ondersteunen van leerlingen die van school en onderwijsniveau veranderen.

" 'Weet je wat?' zei Pippi. 'Het was heel leuk om naar school te komen en te zien hoe het is maar ik geloof niet dat ik nog meer naar school wil gaan....Ik word er duizelig van. Ik hoop dat jij, de leerkracht, dat niet wordt, sorry.' " (Astrid Lindgren, 1999).

Voor mij illustreert dit stuk uit het boek 'Pippi Langkous' fijntjes wat er kan gebeuren wanneer de verwachtingen van leerlingen van een school niet overeenkomen met hun beeld wanneer ze deze in werkelijkheid ervaren. Gedurende hun gehele onderwijstraject worden leerlingen geconfronteerd met verschillende overgangen: van de kleuter- naar de basisschool naar de middelbare school en naar het hoger onderwijs. Overgangen creëren discontinuïteit in het schoolleven van een leerling, hetgeen ervaren kan worden op positieve wijze als opwindend en uitdagend. Maar de transities kunnen eveneens een gevaar vormen voor de ontwikkeling van een leerling omdat het afstand kan creëren of zelfs kan leiden tot schoolverlaten. Zoals in het voorbeeld was de eerste keer naar school gaan moeilijk voor Pippi omdat ze er onrealistische verwachtingen over had. 

De verwachtingen van een leerling kunnen een succesvolle overgang bevorderen of belemmeren. Elke leerling heeft individuele verwachtingen over hun nieuwe school en deze verwachtingen vormen de - optimistische of pessimistische - lenzen waardoor zij deze bezien. Aangetoond is dat leerlingen die al motivatieproblemen ervaren of die angst hebben om te falen of voor verandering, een pessimistischere verwachting van een nieuwe schoolomgeving hebben. Tegelijkertijd hebben leerlingen, die zeer gemotiveerd zijn om te leren en die actieve en constructieve manieren van leren waarderen, veel optimistischere verwachtingen.

Effectieve steun voor leerlingen tijdens een transitie is inclusief het vroeg signaleren van de leerlingen die het meest risico lopen en gerichte begeleiding om hen betrokken te houden bij het leren en hen te motiveren door te luisteren naar hun zorgen. Door leerlingen te stimuleren een groter gevoel van controle over hun leren te hebben zullen leerlingen hopelijk meer betrokken raken bij het co-creëren van leerervaringen met hun leerkrachten en klasgenoten. Uiteindelijk zal dit de match tussen de verwachtingen en voorkeuren van leerlingen en de manier waarop de leeromgeving op het nieuwe onderwijsniveau of school ervaren wordt verbeteren.

Verwachtingenbeheer is essentieel. Om teleurstelling te voorkomen zouden leerlingen realistische en gedetailleerde verwachtingen van de lesaanpakken op hun nieuwe onderwijsniveau of school moeten kunnen opdoen voordat ze hier aan beginnen. In het geval van onbeantwoorde verwachtingen loopt het leren door leerlingen gevaar, aangezien teleurstelling een afnemende betrokkenheid bij het leren en een toenemende faalangst kunnen veroorzaken. In het bijzonder leerlingen die reactieve strategieën toepassen lopen risico betrokkenheid te verliezen en school te verlaten. Scholen en leerkrachten moeten voorzichtig omgaan met het presenteren van informatie aan mogelijke nieuwe leerlingen wanneer zij deze proberen voor zich te winnen voor het aanstaande schooljaar. Scholen die zichzelf op te aantrekkelijke wijze presenteren kunnen leerlingen belemmeren bij het ontwikkelen van evenwichtige verwachtingen. Om verwachtingenbeheer te optimaliseren is het aan te raden leerlingen deel te laten nemen aan echte lessen op hun nieuwe school gedurende reguliere lesdagen voorafgaand aan de overgang. Het stimuleren van conversaties tussen leerlingen die de overgang naar de nieuwe school reeds met goed gevolg doorlopen hebben en een mentorprogramma met klasgenoten zijn eveneens aanbevolen. 

Belangrijk advies voor leerkrachten die werken met leerlingen voor aanvang van de transitie van nieuwkomers naar de school, is om ontvankelijk te zijn voor de verwachtingen van leerlingen en onderscheid te maken in de opstelling tijdens de les om aan te kunnen passen aan individuele verschillen met betrekking tot verwachtingen. Het overgangsproces zal geoptimaliseerd worden door leerlingen te helpen realistische verwachtingen te creëren, om te gaan met onbeantwoorde verwachtingen en om teleurstellingen te verwerken door leerlingen aan te moedigen op pro-actieve wijze hun onderwijs mee te helpen ontwerpen. 

Dr. Karen D. Könings is opgeleid als cognitief psycholoog en leerkracht in het basisonderwijs en werkt als universitair docent aan de afdeling Educational Development and Research bij de Faculty of Health, Medicine, and Life Sciences van de Maastricht University, Nederland. Haar werk is gericht op de rol die verwachtingen van leerlingen spelen bij hun latere voorstellingen van het onderwijs, de verschillende perspectieven van leerlingen, leerkrachten en onderwijsontwerpers en het participatief ontwerp van onderwijs. Klik hier voor een overzicht van haar publicaties.